De geschiedenis van saffraan

Geschiedenis van saffraan



De geschiedenis van de saffraankrokus is niet helemaal zeker. Veel mensen geloven dat de crocus sativus een mutatie is van crocus Cartwrightianus, een krokus soort die destijds in Griekenland in het wild voorkwam, en werd geselecteerd en gedomesticeerd in Kreta tijdens de late Bronstijd.

Zeker is dat de saffraanteelt al meer dan 4000 jaar oud is.

De oude Grieken gebruikten saffraan vanwege de aromatische eigenschappen en vanwege zijn kleur eigenschappen. De meerderheid van de bevolking van het oude Griekenland had zwart haar, en omdat de favoriete haarkleur blond was, gebruikten ze gele kleurstoffen om hun haar te verven. Ze gebruikten een mengsel van saffraan en kalium water.

In Griekenland, werden ook fresco's gevonden waarop de saffraan oogst wordt weergegeven, daterend uit 1600-1500 voor Christus, zoals de beroemde fresco in het paleis van Knossos op het eiland Kreta.

Saffraan was ook al bekend bij de oude Egyptenaren. Farao's gebruikten saffraan als smaakmaker en als afrodisiacum. Tevens gebruikten ze het om hun baden, huizen en tempels te parfumeren. In het late Hellenistische Egypte, gebruikte Cleopatra saffraan in haar baden zodat het liefdesspel nog aangenamer zou zijn.

In het oude Perzië, werd de teelt van saffraan aanzienlijk uitgebreid. Het werd geteelt in Derbena en Isfahan in de 10e eeuw voor Christus. Er waren daar saffraandraadjes ontdekt die ingeweven waren in oude koninklijke Perzische tapijten en in lijkwaden.

Darius de Grote van Perzië (500 voor Christus) gaf opdracht aan zijn gouverneurs om er op toe te zien dat saffraan crocus werd geplant in de verre noordelijke regio's van het Perzische Rijk (in de Kaukasus).

Vanwege zijn waarde is saffraan altijd een symbool van rijkdom en elegantie geweest. De heersende klassen van de oude keizerrijken gebruikten het om hun voedsel meer smaak te geven, om hun gewaden verven en hun balzalen parfumeren. Saffraan werd door de oude Perzische gelovigen ritueel geofferd om hun goden te aanbidden en als medicijn.

Later werd Perzische saffraan veel gebruikt door Alexander de Grote en zijn troepen tijdens hun veldtovhten door Azië. Ze gemengd in saffraan thee en aten saffraanrijst. Alexander zelf gebruikte saffraan vooral in zijn warme badwater, omdat hij dacht dat het zijn vele wonden zou genezen.

Ten minste 500 jaar voor Christus, had de saffraan teelt zich ook verspreid vanuit Perzië naar het oosten van India. Daar werd besloten, na de dood van Boeddha, dat de gewaden van de titel klasse van boeddhistische priesters voor altijd met saffraan gekleurd moesten worden.

In de loop van 100 jaar voor Christus werd er ook saffraan uit Perzië naar China geëxporteerd, samen met komkommers, uien, jasmijn en wijnstokken. Het Romeinse Rijk ïmporteerde zijn saffraan natuurlijk ook uit Perzië.

Bij de val van het Romeinse Rijk, werd de saffraan teelt door de Moren in Europa geïntroduceerd, eerst in Spanje en later in delen van Frankrijk en Zuid-Italië.

Tijdens de periode dat de Zwarte Dood in Europa heerste, in de 14e eeuw, was de vraag naar saffraan enorm gestegen. Het werd begeerd door slachtoffers van de pest voor medische doeleinden. Aangezien veel van de boeren die in staat waren om saffraan te verbouwen ook overleden waren aan de Zwarte Dood, werd saffraan per schip van de mediterrane eilanden zoals Rhodos geïmporteerd. Toen zo'n scheepslading, met een waarde van € 420.000 in hedendaags geld, werd gestolen door een groep edelen, volgende er een periode van saffraan piraterij, welke resulteerde in de 14-weekse "Saffraan Oorlog" en de oprichting van Basel als een veilig saffraan productiecentrum dat tevens dichterbij lag.

Later verhuisde het Europese productie- en handelscentrum naar Neurenberg, waar de welig tierende vervalsingen van saffraan leidde tot de 'Safranschou code'. Onder deze wet konden saffraanvervalsers worden bestraft, gevangen worden gezet of zelfs de doodstraf krijgen.

De saffraanteelt werd rond 1350 in Engeland geïntroduceerd. Het verhaal wil dat er bollen uit de Levant, de historisch-geografische naam voor een deel van Zuidwest-Azië, Engeland binnen werden gesmokkeld in een speciale holte van een pelgrimsstaf. Saffraan werd in eerste instantie alleen geteeld in kloostertuinen voor medisch gebruik. De lichte, goed gedraineerde kalkrijke bodem en klimatologische omstandigheden in het noorden van Essex zorgde ervoor dat vanaf de 16e eeuw de saffraan teelt in het oosten van Engeland geconcentreerd werd. De stad 'Cheppinge Walden' in Essex werd omgedoopt in 'Saffron Walden' omdat het toendertijd in het belangrijkste saffraanteelt gebied lag en omdat het hét saffraan handelscentrum van Engeland was geworden.

De Europeanen hebben saffraan in Amerika geïntroduceerd toen Duitse en Zwitserse immigranten, leden van de Schwenkfelder Kirche, Europa verlieten met een zak vol saffraan bollen. Leden van deze kerkgemeenschap hadden het op grote schaal in Europa geteeld. Vanaf 1730 werd de saffraan in het gehele oostelijke gedeelte van Pennsylvania geteeld voornamelijk door de Pennsylvania Dutch. Deze Pennsylvania Dutch hadden echter niets te maken met Holland, Nederland, of de Nederlandse taal maar werden zo genoemd omdat de Engelsen in de 15e en 16e eeuw, alle mensen uit het germaanse erfgoed aanduidde als 'Dutch' of 'Dutchmen', ongeacht of ze uit Nederland of omringende landen kwamen.

Spaanse koloniën in het Caribisch gebied kochten grote hoeveelheden van deze nieuwe Amerikaanse saffraan, en de grote vraag zorgde ervoor dat de catalogusprijs van saffraan op de Philadelphia goederenbeurs gelijk was aan die van goud. Later stortte de handel met het Caribisch gebied in, tijdens de nasleep van de oorlog van 1812, toen veel saffraan uitvoerende koopvaardijschepen werden vernietigd.

Het woord "saffraan" komt van het Latijnse woord "Safranum" dat via de oude Franse term "safran" afstamt uit de 13e eeuw. "Safranum" komt op zijn beurt van het Perzische زعفران (za'ferân). Sommigen beweren dat het uiteindelijk kwam van het Arabische woord زَعْفَرَان (za'farān), dat zelf is afgeleid van het bijvoeglijk naamwoord أَصْفَر (asfar, "geel"). Het teken voor saffraan uit het lineair BEchter beweren sommige taalkundigen dat زعفران (Za'faran) de Arabische vorm van het Perzische woord زرپران (zarparān) - "met gele bladeren" is. Latijns "Safranum" is ook de bron van het Italiaanse "Zafferano", het Portugese "Açafrão" en het Spaanse "Azafrán" enz.

De naam van het geslacht 'crocus' is afgeleid van het Griekse woord κρόκος (krokos). Dit is op zijn beurt weer een leenwoord uit een Semitische taal, verwant aan het Hebreeuwse woord כרכום (Karkom), het Aramese woord ܟܟܘܪܟܟܡܡܐ (kurkama) en het Arabische كركم (Kurkum). Deze woorden zijn weer te herleiden van het woord कुङ्कुमं (kunkumam) uit het Klassieke Sanskrit wat "saffraan" of "saffraan geel" betekent.

Sativus is een Latijns botanisch bijvoeglijk naamwoord en betekent "gecultiveerd".

Krokos & SmilaxIn de Griekse mythologie was Smilax een nimf die geadoreerd werd door een sterveling genaamd Krokus (Krokos). In sommige versies van het verhaal waren ze elkaars constante metgezel, terwijl in andere, Smilax niet kon beslissen of ze de liefde van een sterveling zou moeten accepteren of niet. Ongeacht de reden waren de goden geïrriteerd geraakt door hun gedrag en toverde de sterveling om tot een prachtige paarse krokus bloem die zijn naam tot op de dag van vandaag draagt, terwijl Smilax werd omgetoverd tot een taxusboom.

Omdat de crocus sativus een steriele triploïde is die zich alleen kan reproduceren door middel van bollen is het zeer waarschijnlijk dat het een van de oudst gecultiveerde bloembollen species is.

Het is daarom heel interessant om te bedenken dat de crocus Sativus bollen die u vandaag kunt kopen, dezelfde eigenschappen hebben als de bollen die in het oude Griekenland werden gekweekt.
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »